DELEN

Of de arbeidsovereenkomst nu wordt opgezegd of in onderling akkoord wordt stopgezet, als werkgever ben je steeds verplicht om het C4-formulier in te vullen. Ook de uitbetalingsinstelling en de werknemer zelf dienen een aantal onderdelen van het formulier C4 in te vullen. Het formulier C4 wordt bij ontslag gebruikt om na te gaan of, wanneer en voor welk bedrag de betrokkene recht heeft op uitkeringen. Het invullen van het formulier C4 behoort tot een van de verplichtingen van de werkgever.

Wat is een C4?

Het formulier C4 is een administratief document dat de verrichte arbeid bewijst en dat de betrokkene toegang moet geven tot het statuut van werkzoekende of werkloze (een C4 bij pensioen is dus niet noodzakelijk). Het is de werkgever die het C4-formulier, binnen de wettelijke termijn voor de aangifte van het C4-formulier, moet invullen en aan de werknemer moet overhandigen. De werknemer zal het C4-formulier dan weer indienen bij zijn uitbetalingsinstelling om zo uitkeringen te kunnen ontvangen. Hieronder licht ik de verschillende door de werkgever in te vullen onderdelen van het formulier C4 toe. Het gaat enkel om de onderdelen die onder Rubriek I zijn ondergebracht.

Algemene gegevens (inleiding onder Rubriek I)

In de eerste plaats moet je de gegevens van de werkgever en de werknemer invullen op het C4 arbeidsbewijs. Het gaat om het INSZ, de naam en de voornaam van de werknemer en de naam, de werkgeverscategorie, het ondernemingsnummer, het RSZ-nummer, het paritair comité en het adres van de werkgever.

Gegevens over de tewerkstelling (Deel A)

Voor de uitbetalingsinstelling is het belangrijk om zicht te krijgen op de duur, de inhoud en de financiële kenmerken van de tewerkstelling. Deze gegevens dien je in deel A van het C4-formulier in te vullen.

Algemene gegevens over de tewerkstelling

De algemene gegevens over de tewerkstelling is het eerste belangrijk onderdeel van het C4-formulier. Je vult hier de begindatum van de tewerkstelling en de datum van indiensttreding in. Meestal zullen deze data gelijk zijn, maar het is natuurlijk ook mogelijk dat de tewerkstelling sinds de oorspronkelijke indiensttreding is gewijzigd. In dat geval zal de begindatum van de tewerkstelling afwijken van de datum van de indiensttreding. Vervolgens vul je op het C4-formulier de einddatum van de tewerkstelling in. Wanneer de werknemer echter een verbrekingsvergoeding ontvangt maar geen arbeid meer verricht, moet je de einddatum van de arbeidsovereenkomst invullen. De werknemer zal dan pas vanaf dat moment recht hebben op werkloosheidsuitkeringen.

Na het invullen van deze data, moet je ook het werknemerskengetal invullen uit de lijst met kengetallen die op de portaalsite van de Sociale Zekerheid terug te vinden zijn. Het statuut is enkel relevant indien het gaat om een thuisarbeider (“D” invullen). Indien de werknemer in het kader van een doorstromingsprogramma (code 2), IBF-tewerkstelling (code 21) of via het derde arbeidscircuit (code 4) aan de slag was, dien je dergelijke maatregelen tot bevordering van de werkgelegenheid eveneens aan te vinken op het C4-formulier.

Financiële gegevens m.b.t. de tewerkstelling

Eerst en vooral moet je aangegeven of de RSZ-bijdragen al dan niet op het loon werden ingehouden. Meestal zal dit geen probleem zijn, maar soms is een regularisatie met terugwerkende kracht nodig. Daarom moet je dit aangeven op het formulier C4.

Heel belangrijk is echter dat je de tewerkstellingsbreuk (Q/S) goed invult. Onder Q vul je de normale gemiddelde wekelijkse arbeidsduur in. Dit is inclusief de bezoldigde inhaalrust maar exclusief afwezigheid door ziekte, gepresteerde overuren, ongewettigde afwezigheden en tijdelijke werkloosheid. Onder S vul je de normale gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van een voltijdse werknemer in de onderneming in, conform bovenstaande opmerkingen. Wanneer een werknemer een contract heeft om gemiddeld 20 uur per week te werken en de gemiddelde werknemer in het bedrijf 38 uur werkt, bedraagt de tewerkstellingsbreuk dus 20/38. Bij de toekenning van de werkloosheidsuitkering zal de tewerkstellingsbreuk de hoogte van de uitkering bepalen.

Vervolgens dien je het theoretisch gemiddeld brutoloon te noteren. Dit is het brutoloon waarop de werknemer op basis van zijn arbeidsovereenkomst recht heeft. Je kiest zelf of je een uurloon, dagloon, weekloon, maandloon, jaarloon… noteert. Vink dan wel het juiste vakje op het C4-formulier aan.

Vergeet daarnaast niet het aantal betaalde wettelijke vakantiedagen in te vullen, net zoals het bestaan van een eventueel recht op een betaalde feestdag na het einde van de arbeidsovereenkomst. Ook wanneer de werknemer na het ontslag nog recht heeft op loon, bijvoorbeeld door de opzeggingsvergoeding, dien je dit op het formulier C4 aan te geven. Deze financiële gegevens bepalen mee de modaliteiten van de werkloosheidsuitkering.

Gegevens over de RSZ-kwartaalaangiften (Deel B)

Met betrekking tot de aangegeven RSZ-kwartaalaangiften stelt zich geen probleem omdat men deze rechtstreeks kan raadplegen. Het is echter ook mogelijk dat een RSZ-kwartaalaangifte nog niet werd aangegeven of nog niet werd aanvaard. Indien dit het geval is, dien je in deel B van het formulier C4 aan te duiden voor welke kwartalen dit zo is en of er in het kwartaal een wijziging van de Q-factor is (wijziging tewerkstellingsbreuk).

Gegevens over de beëindiging van de tewerkstelling (Deel C)

Als werkgever moet je op het formulier C4 aanduiden waarom de tewerkstelling werd beëindigd. Bij opzegging door de werkgever of door overmacht door de werkgever zal de werkloze meteen recht hebben op een werkloosheidsuitkering. Maar indien de werkloze zelf het contract verbrak of werd ontslagen om dringende redenen, kan hij een tijdje worden geschorst en geen uitkeringen ontvangen. Om te bepalen of een sanctie al dan niet wenselijk is, moet je als werkgever het juiste vakje op het C4-formulier aanvinken en de bijhorende informatie invullen.

Gegevens over de vergoeding bij de beëindiging van de tewerkstelling (Deel D)

In deel D van het C4-formulier moet je aangeven of de werknemer naar aanleiding van de beëindiging van de tewerkstelling een van volgende vergoedingen heeft ontvangen:

  • Het normale loon tijdens de opzeggingstermijn
  • Een opzeggingsvergoeding
  • Een andere beëindigingsvergoeding

Voor elke vergoeding moet je een aantal gegevens invullen. Ook deze vergoedingen hebben gevolgen voor de werkloosheidsuitkering. Wanneer een werknemer bijvoorbeeld een opzeggingsvergoeding ontvangt, heeft hij voor de niet-actieve maanden waarop de opzeggingsvergoeding betrekking heeft geen recht op werkloosheidsuitkeringen.

Gegevens over het Generatiepact (Deel E)

Wanneer je niet onder de CAO-wet van 5 december 1968 valt of indien het onder het paritair comité 328, 328.01, 328.02 of 328.03 valt, dien je dit deel van het C4-formulier niet in te vullen. Indien dat wel het geval is dien je vier ja-neevragen te beantwoorden:

  • Is het einde van de arbeidsovereenkomst het gevolg van een ontslag?
  • Heb je een tewerkstellingscel opgericht of neem je er deel aan?
  • Is de werknemer op de datum van het ontslag 45 jaar of ouder, heeft hij / zij minstens 1 jaar anciënniteit en heeft hij / zij geen recht op een opzeggingstermijn of opzeggingsvergoeding van minstens 30 weken?
  • Betaal je (of een fonds) een aanvullende vergoeding aan de werknemer waarop geen loonbijdragen voor de RSZ-verschuldigd zijn?

Zo nodig moet je ook een bijlage invullen en toevoegen aan het C4-formulier. Dit staat bij elk antwoord aangegeven. Vergeet onderaan deze rubriek niet het C4-formulier te dateren en te handtekenen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here